Energielabel-eisen in aanbestedingen zijn voorwaarden die opdrachtgevers stellen aan de energieprestatie van producten, gebouwen of voertuigen. Het energielabel, die bekende schaal van A tot G, fungeert daarbij als meetlat. Hoe groener het label, hoe minder energie het object verbruikt. In aanbestedingen vertaalt dit zich naar minimumeisen of gunningscriteria die bepalen welk energieniveau je minimaal moet leveren.
Het gaat niet alleen om gebouwen. Energielabels spelen ook bij de inkoop van wagenparken, kantoorapparatuur, verlichting en klimaatinstallaties. Overal waar energieverbruik een rol speelt, kan een opdrachtgever een labeleis opnemen.
De wettelijke druk neemt toe. Sinds 2023 mogen kantoorgebouwen groter dan 100 m2 zonder minimaal energielabel C niet meer als kantoor worden gebruikt. Dat is geen richtlijn, dat is een verbod. Voor de overheid als huurder en eigenaar van vastgoed heeft dit directe consequenties voor aanbestedingen van renovatie, nieuwbouw en onderhoud.
Maar het gaat verder dan gebouwen. De Europese Ecodesign-verordening stelt minimumeisen aan de energie-efficiëntie van allerlei producten, van verwarmingsketels tot koelkasten. Overheden die deze producten inkopen, moeten voldoen aan die normen en kiezen er steeds vaker voor om hoger te mikken dan het wettelijk minimum. Dat creëert een speelveld waar leveranciers met energiezuinige oplossingen een concurrentievoordeel hebben.
Voor MKB-inschrijvers is dit dubbel. Aan de ene kant biedt het kansen: als jij energiezuiniger kunt leveren dan de concurrent, scoor je punten. Aan de andere kant kan het een drempel zijn als je productaanbod niet op het gevraagde niveau zit. Die spanning maakt het relevant om dit onderwerp goed te begrijpen.
Opdrachtgevers zetten energielabel-eisen op twee manieren in. Als minimumeis betekent het: voldoe je niet aan label B, dan mag je niet eens inschrijven. Als gunningscriterium werkt het subtieler: label A levert meer punten op dan label B, maar beide zijn toegestaan. Het verschil bepaalt je strategie.
Bij gebouwen zie je dit het duidelijkst. Een provincie die een kantoorpand laat renoveren, eist bijvoorbeeld dat het gebouw na oplevering minimaal energielabel A heeft. Dat stuurt de ontwerpkeuzes, de materiaalspecificaties en de installatietechniek. Isolatiewaarden, type beglazing, warmtepompen, zonnepanelen: alles hangt samen om dat label te halen.
Een concreet voorbeeld uit de praktijk. Een middelgrote gemeente schreef de levering en plaatsing van LED-verlichting in gemeentelijke gebouwen aan. De minimumeis was energieklasse A. Maar in de gunning kon je extra punten scoren door armaturen aan te bieden met een hogere lichtopbrengst per watt, gekoppeld aan een slimme aansturing die het verbruik verder verlaagde. Een MKB-installateur uit de regio won de opdracht. Niet omdat hij de goedkoopste was, maar omdat zijn voorstel de hoogste energiereductie realiseerde over de contractperiode van vijf jaar. Hij had dat onderbouwd met een berekening van de levenscycluskosten, inclusief energiebesparing en onderhoudsreductie.
Bij voertuigen werkt het vergelijkbaar. Gemeenten die hun wagenpark vernieuwen, stellen eisen aan de CO2-uitstoot per kilometer of vragen expliciet om zero-emissie voertuigen. Het energielabel voor auto's is hier minder gangbaar dan bij gebouwen, maar de onderliggende logica is identiek: hoe minder verbruik, hoe beter je scoort.
Niet elk product heeft een energielabel. En niet elk energielabel zegt even veel. Bij gebouwen is de methodiek relatief volwassen. Bij producten kan het label misleidend zijn als je niet doorvraagt naar de meetomstandigheden en de scope. Een warmtepomp met label A kan in de praktijk meer verbruiken dan verwacht als het gebouw slecht geisoleerd is. Context doet ertoe.
Een ander pijnpunt: de kosten van energiezuinige oplossingen zijn vaak hoger in aanschaf. Als de opdrachtgever alleen naar de inschrijfprijs kijkt en niet naar de totale kosten over de levensduur, wordt de zuinigste oplossing de duurste. Gelukkig groeit het bewustzijn. Steeds meer bestekken wegen levenscycluskosten mee, wat het speelveld eerlijker maakt voor leveranciers met energiezuinige producten.
Lees de energielabel-eis zorgvuldig. Is het een knock-out eis of een gunningscriterium? Dat bepaalt of je moet voldoen of kunt excelleren. Bij een knock-out eis investeer je in compliance. Bij een gunningscriterium investeer je in onderscheidend vermogen.
Onderbouw je aanbod met berekeningen. Een energielabel alleen is een sticker. Wat opdrachtgevers willen zien is het verhaal erachter: hoeveel energie bespaar je concreet, wat zijn de kosten over de looptijd, hoe verhoudt jouw oplossing zich tot het minimum? Maak die berekening en presenteer die helder in je inschrijving.
Check of de eis proportioneel is. Als een opdrachtgever energielabel A++ eist voor een product dat in de markt nauwelijks boven A komt, is dat mogelijk disproportioneel. Stel een vraag via de nota van inlichtingen. Je hebt het recht om dat te doen en het kan de eis bijstellen of verduidelijken.
Werk samen met fabrikanten die vooroplopen in energie-efficiëntie. Jouw aanbod is zo sterk als de producten die je levert. Bouw relaties op met leveranciers die investeren in de nieuwste technologie en die hun certificeringen op orde hebben. Dat versnelt je reactietijd bij toekomstige aanbestedingen.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012