De EU-taxonomie is een Europees classificatiesysteem dat vastlegt welke economische activiteiten als milieuduurzaam worden beschouwd. Het systeem is ingevoerd via de EU Taxonomy Regulation (2020/852) en heeft als doel groenwassen tegen te gaan en kapitaalstromen richting duurzame investeringen te sturen. Kort gezegd: de taxonomie geeft een gedeelde taal voor "wat is groen" in de Europese economie.
Het systeem werkt via zes milieudoelstellingen. Denk aan klimaatmitigatie, klimaatadaptatie, duurzaam gebruik van water, de transitie naar een circulaire economie, preventie van milieuvervuiling en bescherming van biodiversiteit en ecosystemen. Een activiteit telt alleen als taxonomie-conform als zij substantieel bijdraagt aan minimaal een van deze doelen, geen van de andere doelen ernstig schaadt (het zogenoemde DNSH-principe: Do No Significant Harm) en voldoet aan minimale sociale waarborgen.
In aanbestedingen duikt de EU-taxonomie steeds vaker op. Aanbestedende diensten, met name grotere overheden en publiekrechtelijke instellingen die onder de CSRD-rapportageplicht vallen, gebruiken de taxonomie als referentiekader bij het formuleren van duurzaamheidseisen.
Relevant. Dat woord dekt de lading niet volledig: de EU-taxonomie verandert fundamenteel hoe duurzaamheid in aanbestedingen wordt gedefinieerd en getoetst.
Waar aanbestedende diensten vroeger genoegen namen met ISO 14001-certificering of een CO2-prestatieladder op niveau 3, vragen grotere opdrachtgevers nu steeds vaker om aantoonbare taxonomie-conformiteit van bedrijfsactiviteiten. Dit speelt het sterkst bij aanbestedingen in de bouw, energie-infrastructuur, vastgoedbeheer en mobiliteitsdiensten. Sectoren die direct raken aan de technische screeningcriteria die de Europese Commissie heeft gepubliceerd in gedelegeerde verordeningen.
Voor inschrijvers betekent dit dat een vage "wij werken duurzaam"-verklaring niet meer volstaat. Je moet kunnen aantonen welk percentage van je omzet, investeringen of operationele kosten taxonomie-conform is. Dat zijn de drie KPI's die ook gelden voor beursgenoteerde bedrijven onder de CSRD. Kleinere bedrijven zijn niet direct rapportageplichtig, maar worden via de keten toch geraakt: als jouw opdrachtgever moet rapporteren, heeft die jouw gegevens nodig.
Neem een aanbesteding voor de bouw van een nieuw gemeentehuis. De gemeente is CSRD-rapportageplichtig en wil dat de opdrachtnemer bijdraagt aan haar taxonomie-KPI's. In het programma van eisen staat een eis dat de bouwactiviteiten moeten voldoen aan de technische screeningcriteria voor "constructie van nieuwe gebouwen" onder klimaatmitigatie. Concreet: het gebouw moet een primair energieverbruik hebben dat minimaal 10% lager ligt dan de nationale eis voor bijna-energieneutrale gebouwen (BENG).
Als inschrijver moet je dan aantonen dat jouw ontwerp of bouwmethode aan dit criterium voldoet. Dat doe je met een energieberekening, een BENG-berekening of een vergelijkbare technische onderbouwing. Tegelijk moet je laten zien dat je geen significante schade aanricht aan andere milieudoelstellingen.
Breng eerst in kaart welke van jouw activiteiten potentieel taxonomie-conform zijn. Kijk daarvoor in de gedelegeerde verordeningen van de Europese Commissie, die per sector de technische screeningcriteria beschrijven.
Zorg dat je de drie financiele KPI's kent voor jouw activiteiten: omzetaandeel, investeringsaandeel (CapEx) en operationeel kostenandeel (OpEx) dat als taxonomie-conform kan worden geclassificeerd.
Let op de DNSH-criteria. Het is niet genoeg om aan een milieudoelstelling bij te dragen. Je moet ook kunnen onderbouwen dat je de andere vijf doelen niet significant schaadt.
Tenslotte: werk samen met je keten. Als jouw onderaannemers niet kunnen aantonen dat hun activiteiten taxonomie-conform zijn, verzwak je jouw eigen positie.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012