GPP staat voor Green Public Procurement: groene overheidsinkoop. Het is het kader waarbinnen Europese overheden milieucriteria opnemen in hun aanbestedingen. Denk aan eisen aan energieverbruik, uitstoot, gebruik van gevaarlijke stoffen, recyclebaarheid of CO2-voetafdruk over de levensduur.
De Europese Commissie heeft GPP-criteria ontwikkeld voor tientallen productgroepen. Van kantoorartikelen tot voertuigen, van gebouwrenovaties tot cateringdiensten. Die criteria zijn niet wettelijk verplicht, maar functioneren als benchmark. Nederlandse overheden gebruiken ze als basis voor hun eigen duurzaamheidseisen in aanbestedingen.
Nederland heeft een rijksinkoopbeleid dat GPP-criteria verankert in inkoop door rijksoverheid en rijksdiensten. Dat beleid kent twee niveaus: basiscriteria en aanbevolen criteria. Basiscriteria zijn minimumeisen waaraan het product of de dienst moet voldoen. Aanbevolen criteria zijn aanvullende eisen die als gunningscriterium kunnen worden gebruikt.
Gemeenten en provincies zijn niet automatisch gebonden aan het rijksinkoopbeleid, maar veel van hen hanteren hun eigen duurzaamheidsambities. Amsterdam streeft naar 100% circulaire inkoop in 2030. Rotterdam heeft klimaatdoelstellingen vertaald naar inkoopkaders.
Als je inschrijft op een overheidsopdracht, lees dan het inkoopbeleid van de betreffende organisatie. Staat er iets over duurzaamheidsdoelstellingen? Dan kun je er bijna zeker van zijn dat GPP-criteria in de aanbesteding terugkomen.
GPP-criteria duiken op twee manieren op: als minimumeisen en als gunningscriteria. Als minimumeisen zijn GPP-criteria knock-out: voldoe je er niet aan, dan wordt je inschrijving terzijde gelegd. Als gunningscriterium weegt GPP mee in de score. Hoe hoger de milieuprestatie, hoe meer punten.
Soms vraagt de opdrachtgever om een milieuprestatieverklaring of een bewijs dat je product voldoet aan een specifiek keurmerk. EU Ecolabel, Energy Star, BREEAM: keurmerken die in GPP-aanbestedingen als bewijs worden geaccepteerd.
In de GWW-sector wordt de CO2-prestatieladder veel als GPP-instrument ingezet. Hoe hoger het niveau op de ladder, hoe meer gunningsvoordeel. Rijkswaterstaat past dit structureel toe bij grote infraprojecten.
De ladder verplicht bedrijven tot het meten, rapporteren en reduceren van hun CO2-uitstoot. Bedrijven zonder certificering scoren op dit onderdeel nul. Een certificering op niveau 3 of hoger levert een merkbaar voordeel op. Voor bouw en techniek is de CO2-prestatieladder dan ook geen optie maar een vereiste.
Inventariseer je eigen duurzaamheidsgegevens voor je gaat inschrijven. Hoe hoog is je CO2-uitstoot? Gebruik je gecertificeerde materialen? Heb je een ISO 14001-certificering? Als je de antwoorden niet weet, kun je ook geen overtuigende milieuparagraaf schrijven.
Zorg dat je keurmerken actueel zijn. Een verlopen certificering is even slecht als geen certificering. Check de geldigheidsdatum van al je duurzaamheidsbewijs voor de inschrijfdeadline.
Wees concreet over milieuprestaties. Wij werken duurzaam is geen antwoord. Wij reduceerden onze scope 1 en 2 emissies met 18% in 2025 ten opzichte van 2022 en zijn gecertificeerd op CO2-prestatieladder niveau 4 is een antwoord. Het verschil is meetbaar en verifieerbaar.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012