Een klimaatrisico-aanbesteding is een aanbestedingsprocedure waarbij de opdrachtgever klimaatrisicos systematisch heeft meegenomen in het opstellen van eisen, gunningscriteria en contractvoorwaarden. Het gaat om risicos die voortkomen uit klimaatverandering en die de opdracht, de uitvoering of de beheer- en exploitatiefase kunnen beinvloeden.
Klimaatrisico heeft twee gezichten. Fysieke klimaatrisicos zijn directe gevolgen van veranderende weersomstandigheden: overstromingen, hittegolven, droogte, extreme neerslag en zeespiegelstijging. Transitierisicos zijn de gevolgen van de overgang naar een koolstofarme economie: nieuwe wetgeving, hogere CO2-prijzen, veranderend beleid en activa die voor de afloopdatum al hun waarde verliezen. Beide vormen zijn relevant als je opdrachten uitzet met een looptijd van meerdere jaren.
Overheden besteden opdrachten uit voor infrastructuur, gebouwen en diensten met een looptijd van tientallen jaren. Een brug die in 2026 wordt aanbesteed, staat er in 2076 nog. De klimaatomstandigheden in 2076 wijken significant af van die vandaag. Als een opdrachtgever dat negeert bij het opstellen van zijn programma van eisen, besteedt hij een ontwerp aan dat over vijftig jaar niet meer voldoet.
Dat is niet hypothetisch. In 2021 veroorzaakten extreme regenval en overstromingen in Limburg en Duitsland miljarden euro's aan schade aan infrastructuur die was ontworpen op historische neerslagstatistieken. Een bui die statistisch eens per honderd jaar voorkwam, is door klimaatverandering vaker realiteit dan de ontwerpers verwachtten. De les is simpel: ontwerpeisen gebaseerd op historische data zijn onvoldoende voor nieuwe projecten.
Er is ook kritiek op de term. Klimaatrisico-aanbesteding is geen juridisch afgebakend begrip. Er bestaat geen wettelijke verplichting om het als zodanig te benoemen. In de praktijk betekent het dat opdrachtgevers klimaatoverwegingen integreren in bestaande instrumenten zoals het programma van eisen, de TCO-berekening en bijzondere uitvoeringsvoorwaarden. Dat kan goed uitpakken, maar zonder standaardisatie zijn de kwaliteitsverschillen groot.
Klimaatrisico raakt een aanbesteding op drie plekken.
Eerste plek: de ontwerpeisen. Een viaduct moet bestand zijn tegen hogere piektemperaturen, want asfalt vervormt bij hitte. Een pompstation heeft capaciteit nodig voor hogere piekafvoer. Een gebouw vereist extra koeling vanwege warmere zomers. Als deze eisen niet in het programma van eisen staan, biedt de markt een goedkoper ontwerp aan dat kwetsbaar is voor klimaateffecten. Dat is op korte termijn voordeliger, op lange termijn kostbaar.
Tweede plek: de TCO-berekening. Levenscycluskosten die klimaatrisico meenemen, leiden tot andere gunningsbeslissingen dan berekeningen op basis van initieelinvesteringen alleen. Een klimaatrobuust ontwerp is duurder in aanleg maar goedkoper in exploitatie en herstel over de levensduur van het werk. Wie alleen vergelijkt op inschrijfprijs, kiest systematisch voor klimaatonrobuuste oplossingen.
Derde plek: transitierisico in contractvoorwaarden. Een gemeente die in 2026 een langdurig contract sluit voor stadsverwarming op aardgas, kan halverwege de contractperiode te maken krijgen met strengere CO2-wetgeving of een verbod op nieuwe gasaansluitingen. Is er een exitclausule? Is er een escalatiemechanisme voor CO2-prijzen? Contracten zonder die bepalingen zijn kwetsbaar voor transitionele schokken.
Een concreet voorbeeld: Waterschap Rijn en IJssel schreef in 2023 een aanbesteding uit voor de versterking van een dijktraject van 12 kilometer. In het programma van eisen stond de eis dat het ontwerp moest worden getoetst op twee KNMI-klimaatscenarios: het gematigde W-scenario en het hoge W+-scenario. Inschrijvers moesten onderbouwen welk ontwerp robuust is onder beide scenarios en hoe de meerkosten van het W+-ontwerp zich verhouden tot de risicoreductie. Het waterschap koos op basis van een kosten-batenanalyse voor het ontwerp dat ook het W+-scenario kon accommoderen. Dat kostte 7% meer in aanleg maar reduceerde het verwachte schaderisico over 100 jaar met 34%. Die berekening maakte de keuze inzichtelijk en controleerbaar.
Begrijp wat de opdrachtgever bedoelt met klimaatrisico. Lees het programma van eisen op klimaatreferenties. Staan er KNMI-scenario-eisen, maximale wateroverlastnormen of hittestressberekeningen in? Dan verwacht de opdrachtgever een klimaatadaptief ontwerp. Staat er niets, maar zit de locatie in een overstromingsgevoelig gebied? Benoem het dan zelf in je plan van aanpak als onderscheidend element.
Gebruik de Klimaateffectatlas. Dat is een publiek beschikbare tool van het PBL die per locatie laat zien welke klimaatrisicos relevant zijn, van wateroverlast tot hittestress en droogterisico. Als je een aanbesteding voor een specifieke locatie beantwoordt, kun je die data gebruiken om te onderbouwen hoe jouw aanpak aansluit bij de lokale risicoprofielanalyse.
Maak TCO-argumenten zichtbaar. Als jouw aanpak duurder is in aanleg maar goedkoper over de levensduur, bereken dat dan expliciet. Opdrachtgevers die TCO meewegen als gunningscriterium, waarderen onderbouwde levenscyclusberekeningen. Een beoordelaar die alleen op prijs kijkt, zal het niet spontaan meenemen, maar als je de berekening aanbiedt, vergroot je de kans dat het meeweegt.
Stel vragen via de nota van inlichtingen als klimaatrisico relevant is maar niet is uitgewerkt in de stukken. Vraag of de opdrachtgever heeft nagedacht over klimaatscenarios en of klimaatadaptieve maatregelen worden beloond in de beoordeling. Die vraag forceert een antwoord dat ook andere inschrijvers ten goede komt en kan leiden tot een nota van inlichtingen die de aanbesteding verbetert.
Documenteer je klimaatafwegingen in je inschrijving, ook als het niet expliciet gevraagd wordt. Opdrachtgevers die later te maken krijgen met klimaatschade, kijken terug naar wat inschrijvers hebben aangeboden. Wie aantoont dat het klimaatrisico was onderkend en meegenomen in het ontwerp, staat juridisch sterker. Dat is relevant als de aansprakelijkheidsvraag ooit op tafel komt.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012