De Wet open overheid, kortweg Woo, is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Deze wet geeft iedereen het recht om informatie op te vragen bij overheidsinstanties. In de context van aanbestedingen betekent dit dat je als inschrijver, of als geinteresseerde buitenstaander, documenten kunt opvragen die verband houden met een aanbestedingsprocedure. Denk aan beoordelingsrapporten, interne adviezen, gunningsverslagen en correspondentie.
Dat klinkt als een krachtig instrument. En dat is het ook. Maar het heeft grenzen.
Transparantie is een van de pijlers van het aanbestedingsrecht. Het transparantiebeginsel verplicht opdrachtgevers om hun beslissingen navolgbaar te maken. Maar in de praktijk krijg je als verliezende inschrijver vaak een summiere toelichting. Een paar zinnen over je score, een kort debriefingsgesprek, en dat is het. De motivering van de gunningsbeslissing laat soms meer vragen open dan ze beantwoordt.
Daar komt de Woo om de hoek kijken. Als je het gevoel hebt dat de beoordeling niet klopt, of dat de procedure niet eerlijk is verlopen, kun je via een Woo-verzoek de onderliggende documenten opvragen. Dat geeft je inzicht in hoe de beoordeling tot stand is gekomen. En dat inzicht kan bepalend zijn voor de vraag of je een kort geding start of het erbij laat.
Voor MKB-inschrijvers die regelmatig meedingen aan overheidsopdrachten is dit een waardevol gereedschap. Je hoeft er niet elke keer gebruik van te maken. Maar weten dat het bestaat, en weten hoe je het inzet, geeft je een sterkere positie.
In theorie kun je alle documenten opvragen die bij een bestuursorgaan berusten en die verband houden met de aanbesteding. In de praktijk gaat het meestal om:
Beoordelingsformulieren en scoreoverzichten. De ingevulde formulieren waarop beoordelaars hun scores en motivaties hebben vastgelegd. Dit is vaak de kern van wat je wilt weten: waarom scoorde je concurrent hoger?
Het gunningsadvies. Het interne advies aan het bevoegd gezag over welke inschrijving de beste is. Hierin staat vaak een uitgebreidere onderbouwing dan in de officiële gunningsbeslissing.
Correspondentie over de procedure. E-mails, notities en verslagen van overleggen die betrekking hebben op de aanbesteding. Dit kan patronen blootleggen die je anders niet zou zien.
Notulen van de beoordelingscommissie. Hoe is de commissie tot consensus gekomen? Waren er afwijkende meningen? Dit soort informatie kan waardevol zijn als je twijfelt aan de objectiviteit van de beoordeling.
Niet alles wordt openbaar. De Woo kent uitzonderingsgronden die de opdrachtgever kan inroepen. De belangrijkste bij aanbestedingen:
Bedrijfs- en fabricagegegevens. Informatie die vertrouwelijk door inschrijvers is verstrekt, wordt niet gedeeld. Je krijgt dus niet de volledige inschrijving van je concurrent te zien. Dat zou het vertrouwelijkheidsbeginsel schenden en toekomstige concurrentie ondermijnen.
Persoonlijke beleidsopvattingen in documenten voor intern beraad. De opdrachtgever kan weigeren om conceptadviezen, brainstormnotities en interne discussiestukken te delen als die bedoeld waren voor de interne meningsvorming. Dit is een veelgebruikte weigeringsgrond, soms terecht, soms als schild tegen onwelgevallige transparantie.
En hier zit een kritisch punt. Opdrachtgevers zijn soms geneigd om de weigeringsgronden breed te interpreteren. Ze lakken hele passages weg of weigeren documenten volledig met een beroep op vertrouwelijkheid. Als je vindt dat de weigering onterecht is, kun je bezwaar maken. En daarna eventueel beroep instellen bij de bestuursrechter. Dat kost tijd, maar het recht is er.
Een Woo-verzoek indienen is eenvoudiger dan je denkt. Je stuurt een brief of e-mail naar de aanbestedende dienst waarin je aangeeft welke documenten je wilt ontvangen. Wees zo specifiek mogelijk. "Alle documenten met betrekking tot de aanbesteding" klinkt breed, maar leidt tot vertraging en weerstand. Beter: "De ingevulde beoordelingsformulieren en het gunningsadvies betreffende aanbesteding X met kenmerk Y."
De opdrachtgever moet binnen vier weken beslissen. Die termijn kan met twee weken worden verlengd. In de praktijk duurt het vaak langer, zeker bij omvangrijke verzoeken. Reken op zes tot acht weken voordat je iets in handen hebt.
Een praktijkvoorbeeld. Een IT-dienstverlener verloor een aanbesteding voor een gemeente en was het niet eens met de beoordeling. Via de debriefing kreeg hij beperkte informatie. Hij diende een Woo-verzoek in voor de beoordelingsformulieren en het gunningsadvies. Na zes weken ontving hij de documenten, deels gelakt. Maar wat leesbaar was, toonde aan dat een van de beoordelaars zijn inschrijving niet volledig had gelezen. Een fout die in de debriefing niet was erkend. Met die informatie startte hij een kort geding en dwong hij een herbeoordeling af.
Gebruik de Woo strategisch, niet reflexmatig. Niet elke verloren aanbesteding rechtvaardigt een Woo-verzoek. Maar als je sterke aanwijzingen hebt dat de beoordeling niet deugt, is het een logische eerste stap voordat je juridische kosten maakt.
Dien je verzoek snel in. Hoe eerder je de documenten hebt, hoe meer opties je nog hebt. Als je wacht tot de standstill-termijn is verstreken en het contract is getekend, ben je mogelijk te laat voor een kort geding.
Wees specifiek in je verzoek. Hoe gerichter je vraagt, hoe sneller en vollediger het antwoord. En hoe moeilijker het voor de opdrachtgever wordt om alles te weigeren met een beroep op de uitzonderingsgronden.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012