Paris-proof verwijst naar het Akkoord van Parijs uit 2015, waarbij 196 landen afspraken de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 1,5 graad Celsius ten opzichte van het pre-industriele tijdperk. Paris-proof aanbesteden betekent dat een aanbesteder eist, of beloont, dat de opdrachtnemer aantoonbaar bijdraagt aan een reductipad van broeikasgassen dat in lijn is met dat klimaatdoel.
Concreet betekent dit dat bedrijven moeten laten zien dat hun eigen uitstoot, en soms ook de uitstoot in hun keten, daalt op een manier die past bij het 1,5-gradendoel. Dat is een stuk ambitieuzer dan het Nederlandse klimaatdoel van 55% reductie in 2030, en zeker ambitieuzer dan de gemiddelde bedrijfspraktijk.
Aanbesteders als het Rijksvastgoedbedrijf, ProRail en grotere gemeenten gebruiken de term paris-proof expliciet in hun inkoopdocumenten. Dat is geen symboliek. Het heeft directe consequenties voor wat je als inschrijver moet kunnen aantonen en hoe je scoort in de beoordeling.
De verschuiving van "klimaatneutraal in 2050" naar "paris-proof nu" is groot. Klimaatneutraal in 2050 is een lange horizon die weinig urgentie vraagt in de huidige bedrijfsvoering. Paris-proof vraagt om een wetenschappelijk onderbouwde reductiestrategie voor de komende vijf tot tien jaar, met tussendoelen, rapportage en verificatie. Dat is een ander gesprek.
Voor MKB-inschrijvers is dit een moment van eerlijkheid. Veel bedrijven hebben een duurzaamheidsparagraaf in hun inschrijving, maar geen klimaatstrategie. Die twee dingen zijn niet hetzelfde. Een paris-proof-eis onderscheidt ze genadeloos.
Een paris-proof-eis in een aanbesteding kan op verschillende manieren worden vormgegeven. De meest directe variant is een selectie-eis: je moet een klimaatstrategie kunnen overleggen die is gevalideerd door een erkende methodologie, zoals de Science Based Targets initiative (SBTi). SBTi-validatie bevestigt dat jouw reductiepan in lijn is met 1,5 graden opwarming. Bedrijven zonder SBTi-commitments of vergelijkbare externe validatie worden in dat geval uitgesloten.
Een iets mildere variant is het gunningscriterium: je krijgt extra punten als je paris-proof kunt aantonen, maar het is geen harde eis. In de praktijk zien we dit bij opdrachten voor advies, facilitaire diensten en ICT. Bij infraprojecten en vastgoed is de drempel vaak hoger, omdat de emissies in de uitvoeringsfase substantieel zijn en de aanbesteder directe grip wil.
Een concreet voorbeeld: bij een aanbesteding voor de renovatie van rijksgebouwen in 2024 vroeg het Rijksvastgoedbedrijf inschrijvers om een "paris-proof roadmap" te overleggen voor hun bedrijfsvoering en uitvoeringsprocessen. Partijen moesten scope 1, 2 en 3-emissies in kaart brengen en een reductiestrategie met tussendoelen voor 2025, 2027 en 2030 presenteren. De beoordelingscommissie beoordeelde de ambitspiegel, geloofwaardigheid en meetbaarheid van het plan.
Scope 3 is hierbij het meest uitdagende onderdeel. Dat zijn de emissies die buiten de directe bedrijfsvoering vallen: materiaalproductie door leveranciers, transport, gebruik van het opgeleverde product. Veel bedrijven hebben scope 1 en 2 redelijk in beeld, maar scope 3 is een blinde vlek. Aanbesteders weten dat, maar vragen er toch naar. Wie een eerlijk verhaal heeft over wat hij wel en niet weet, en hoe hij dat gaat verbeteren, scoort beter dan wie scope 3 negeert of met een vingersnap claimt te beheersen.
Investeer in een koolstofvoetafdruk van je eigen bedrijf. Zonder nulmeting kun je geen reductie aantonen. Een eenvoudige CO2-footprintberekening op basis van scope 1 en 2, aangevuld met de meest relevante scope 3-categorieen, is een minimale basis. Tools als de CO2-Prestatieladder of externe consultants kunnen helpen om dit snel op orde te krijgen.
Bekijk of een SBTi-commitments haalbaar is voor jouw organisatie. Het proces duurt gemiddeld 12 tot 24 maanden, maar de geloofwaardigheid die het oplevert in aanbestedingen is substantieel. Kleine bedrijven kunnen gebruik maken van de SBTi SME-route, die minder documentatie vereist dan het volledige bedrijfsprogramma.
Vermijd vaag taalgebruik in je klimaatparagraaf. "Wij zijn committed aan een duurzame toekomst" is geen paris-proof-strategie. Een aanbesteder die paris-proof serieus neemt, verwacht percentages, jaren, scope-definities en een verificatiemechanisme. Wie dat niet kan bieden, verliest op dit criterium altijd van wie het wel kan.
Houd ook de CSRD-rapportageverplichting in de gaten. Bedrijven die vanaf 2025 of 2026 onder de CSRD vallen, zijn verplicht om klimaatdoelen en voortgang te rapporteren. Die rapportage, eenmaal opgesteld, is ook bruikbaar als onderbouwing in aanbestedingsdossiers. Integreer je duurzaamheidsrapportage en je aanbestedingsstrategie, zodat je niet twee keer hetzelfde werk doet.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012