Fossielvrij inkopen betekent dat een opdrachtgever in de aanbesteding eisen stelt die het gebruik van fossiele brandstoffen en fossiele grondstoffen uitsluiten of sterk ontmoedigen. Geen diesel. Geen aardgas. Geen petroleum-gebaseerde materialen waar een alternatief bestaat. Het gaat verder dan energiebesparing: het raakt de kern van hoe producten worden gemaakt, getransporteerd en aangedreven.
De term is relatief nieuw in het aanbestedingsjargon, maar wint snel terrein. Gemeenten, provincies en waterschappen nemen fossielvrij steeds vaker op als ambitie in hun inkoopbeleid. Sommigen vertalen dat naar harde minimumeisen. Anderen gebruiken het als gunningscriterium waarbij je punten scoort naarmate je aanbod minder fossiel afhankelijk is.
Het Klimaatakkoord van 2019 zette de toon. Nederland moet in 2030 49% minder CO2 uitstoten dan in 1990, en in 2050 95% minder. De overheid is niet alleen wetgever maar ook een van de grootste inkopers van het land. Met een inkoopvolume van ruim 80 miljard euro per jaar heeft de publieke sector enorme hefboomwerking. Fossielvrij inkopen is een van de instrumenten om die hefboom te gebruiken.
Voor jou als inschrijver is dit geen abstracte beleidsambitie. Het vertaalt zich in concrete eisen die je tegenkomt in bestekken. Denk aan voertuigen die zero-emissie moeten zijn, bouwmaterialen die niet op fossiele grondstoffen gebaseerd mogen zijn, of energievoorziening die volledig uit hernieuwbare bronnen moet komen. Als je daar niet op voorbereid bent, val je af. Simpel.
De eisen variëren sterk per sector en per opdrachtgever. In de bouw kom je fossielvrije eisen tegen bij de keuze van materialen en het bouwproces zelf. Een waterschap dat een dijk versterkt, kan eisen dat het grondverzet met elektrische of waterstof-aangedreven machines gebeurt. Een gemeente die straatverlichting aanbesteedt, vraagt om LED met groene stroom en recyclebare armaturen.
Een goed voorbeeld. De gemeente Utrecht publiceerde in 2024 een aanbesteding voor het onderhoud van openbare ruimten. Een van de eisen: alle ingezette voertuigen en machines moeten binnen twee jaar na contractstart volledig fossielvrij opereren. Dat betekende dat aannemers hun wagenpark moesten ombouwen of vervangen. Geen kleine investering. Maar de inschrijvers die al bezig waren met elektrificatie hadden een voorsprong. Ze konden aantonen dat ze de transitie al hadden ingezet, met concrete tijdlijnen en bewijs van bestellingen.
In de facilitaire sector zie je vergelijkbare bewegingen. Schoonmaakbedrijven krijgen te maken met eisen over biologisch afbreekbare reinigingsmiddelen zonder petrochemische bestanddelen. Cateraars met vragen over plantaardig versus dierlijk en de fossiele voetafdruk van hun keten. Het raakt vrijwel elke branche.
Hier wordt het interessant. Fossielvrij is niet binair. Er zijn gradaties. Een volledig fossielvrij product bestaat nauwelijks als je de hele keten meeneemt, van grondstofwinning tot levering. Staal wordt nog steeds grotendeels met cokes geproduceerd. Kunststof is per definitie fossiel, tenzij het biobased is. Transport verloopt vaak deels fossiel, zelfs als het eindproduct elektrisch is.
Goede opdrachtgevers erkennen dit. Ze formuleren eisen die realistisch zijn voor de huidige markt, maar wel richting geven. Slechte opdrachtgevers stellen absolute eisen die niemand kan waarmaken, wat leidt tot schijncompliance of een gebrek aan inschrijvingen. Als je vermoedt dat een eis onrealistisch is, gebruik dan de nota van inlichtingen om dat bespreekbaar te maken.
Toch moet je niet te snel concluderen dat iets onmogelijk is. Wat drie jaar geleden onhaalbaar leek, is nu soms standaard. De markt beweegt snel. Elektrische bouwmachines, biobased isolatiematerialen, groene waterstof voor zwaar transport: het bestaat allemaal al. De vraag is of het beschikbaar en betaalbaar is voor jouw specifieke situatie.
Breng de fossiele afhankelijkheid van je eigen bedrijfsvoering in kaart. Waar gebruik je fossiele brandstoffen? Waar fossiele grondstoffen? Dit geeft je een helder beeld van waar je kwetsbaar bent bij fossielvrije aanbestedingen. En waar je kansen liggen om je te onderscheiden.
Investeer in een transitieplan. Opdrachtgevers willen niet per se dat je vandaag al volledig fossielvrij bent. Ze willen zien dat je een geloofwaardig pad hebt. Een concreet plan met tijdlijnen, investeringen en mijlpalen is vaak meer waard dan vage beloften over duurzaamheid. Koppel dat plan aan de CO2-prestatieladder als je die al hebt, dat versterkt je verhaal.
Werk samen met je toeleveranciers. Fossielvrij inkopen is een ketenuitdaging. Jij kunt je eigen processen vergroenen, maar als je leverancier nog volledig fossiel produceert, klopt het totaalplaatje niet. Vraag je leveranciers naar hun plannen en kies waar mogelijk voor partners die al verder zijn in de transitie.
Wees eerlijk over wat je wel en niet kunt waarmaken. Overpromisen bij duurzaamheidseisen is een valkuil die je duur kan komen te staan bij de uitvoering van het contract. Liever een realistisch aanbod dat je kunt nakomen dan een mooi verhaal dat bij de eerste audit instort.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012