MKI staat voor Milieu Kostenindicator. Het is een getal dat de milieubelasting van een materiaal, product of bouwproject uitdrukt in euro's. Hoe lager de MKI-waarde, hoe kleiner de milieubelasting. Hoe hoger, hoe groter.
De achterliggende gedachte: door milieu-impact te vertalen naar een geldbedrag, kun je het meewegen in een aanbestedingsbeoordeling. Je vergelijkt niet appels met peren, maar drukt alles uit in dezelfde eenheid.
De berekening loopt via een levenscyclusanalyse (LCA). Daarin kijk je naar alle fases van een product: winning van grondstoffen, productie, transport, gebruik en het einde van de levensduur. De milieu-impact van elke fase wordt omgezet naar een geldbedrag op basis van schaduwprijzen, vastgesteld door het Rijk.
In Nederland wordt hiervoor de software DuboCalc gebruikt, ontwikkeld door Rijkswaterstaat. DuboCalc bevat een database met MKI-waarden voor honderden materialen en productcategorieën. Aannemers berekenen via DuboCalc de totale MKI van hun ontwerp of bieding.
Dit klinkt technisch. Dat is het ook. MKI-berekeningen vereisen kennis van LCA-methodiek en vertrouwdheid met DuboCalc. Grote aannemers hebben eigen specialisten. Voor MKB-bedrijven is externe inhuur soms noodzakelijk.
Vrijwel uitsluitend bij werken. Rijkswaterstaat past MKI standaard toe bij gww-projecten boven de Europese drempelwaarden. ProRail, provincies en gemeenten volgen steeds meer. In dienstverlening en leveringen is MKI niet gangbaar.
Als MKI als gunningscriterium wordt gebruikt, draagt het bij aan de totale EMVI-score. De opdrachtgever stelt een referentie-MKI in. Wie een lagere MKI biedt dan de referentie, krijgt een fictieve vergoeding op het gunningsbedrag. Een hogere MKI geeft een fictieve opslag. Het netto effect: een duurzamer ontwerp is financieel aantrekkelijker voor de opdrachtgever om te gunnen.
Sommige aanbestedingen stellen ook een maximale MKI als knock-outeis. Wie daarboven zit, wordt uitgesloten. Dat is zeldzamer, maar komt voor bij projecten waarbij de opdrachtgever harde milieuambities heeft.
Bij aanbestedingen waarbij MKI meetelt, is de keuze van materialen en constructiemethoden een strategische afweging. Hout in plaats van staal, een andere fundering, gerecyclede materialen in de verharding. Elk van die keuzes heeft gevolgen voor zowel de MKI als de aanneemsom.
De truc is de optimalisatie. Je wilt de laagste MKI behalen die ook aanbestedingstechnisch de beste totaalprijs oplevert. Dat is niet altijd de absolute laagste MKI. Soms is de meerprijs van een nog duurzamere oplossing groter dan de fictieve vergoeding die je terugkrijgt.
Wie DuboCalc goed beheerst, kan verschillende varianten doorrekenen en de meest aantrekkelijke combinatie kiezen. Dat is het voordeel van specialistische kennis. Wie de software niet kent, gokt.
Investeer vroeg. MKI-optimalisatie in de ontwerpfase is effectiever dan aanpassen op het laatste moment. Als je pas begint te rekenen wanneer het bestek al klaar is, zijn de grote keuzes al gemaakt.
Huur een LCA-specialist in bij je eerste MKI-aanbesteding. De kosten zijn overzichtelijk. De kennis die je daarmee opbouwt, gebruik je daarna zelf.
Stel vragen via de Nota van Inlichtingen als de referentie-MKI of de fictieve vergoedingsstructuur onduidelijk is. Die informatie is bepalend voor de strategie. Gokken is geen optie.
Controleer of de MKI-database in DuboCalc up-to-date is voor de materialen die jij gebruikt. Fabrikanten kunnen nieuwe omgevingsgerelateerde productverklaringen (EPD's) hebben ingediend die gunstig zijn voor jouw inschrijving.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012