2B-diensten zijn dienstencategorieën die vroeger vielen onder een verlicht aanbestedingsregime, ook wel het "lichte regime" of "2B-regime" genoemd. De term verwijst naar Bijlage II B van de Europese aanbestedingsrichtlijn die gold tot 2016.
Onder de huidige Aanbestedingswet 2012 (na de implementatie van EU-richtlijn 2014/24) bestaat de 2A/2B-indeling niet meer officieel. Wat er voor in de plaats is gekomen, zijn de zogeheten "sociale en andere specifieke diensten" (ook wel SAS-diensten). Maar de term 2B-diensten wordt in de markt nog volop gebruikt, en het is goed te begrijpen wat hij betekent en welke dienstencategorieën er historisch onder vielen.
Diensten die vroeger 2B waren, en nu als SAS-diensten gelden, zijn onder andere:
De redenering achter het verlichte regime was dat deze diensten sterk lokaal gebonden zijn en weinig grensoverschrijdend worden aangeboden. Een zorginstelling in Groningen concurreert nu eenmaal niet realistisch met een zorgaanbieder uit Spanje. Dat vermindert de marktwerking over de grenzen en rechtvaardigt een minder zwaar aanbestedingsregime.
Voor SAS-diensten boven de Europese drempelwaarde (750.000 euro voor centrale overheden en 1.000.000 euro voor decentrale overheden) gelden verlichte verplichtingen:
Opdrachtgevers gebruiken deze vrijheid op uiteenlopende manieren. Sommige gemeenten kiezen bij Wmo-inkoop voor een open house procedure, waarbij elke aanbieder die aan de kwaliteitseisen voldoet een contract krijgt. Andere gemeenten kiezen voor een selectieprocedure met minder inschrijvers. De wet schrijft dit niet voor.
In de praktijk zijn zorg- en welzijnsopdrachten de categorie waar dit het meest zichtbaar is. Gemeenten besteden Wmo-begeleiding, Jeugdhulp en dagbesteding aan via het lichte regime. Dat betekent meer vrijheid voor de opdrachtgever, maar ook meer onzekerheid voor inschrijvers: je weet vooraf minder precies wat de procedure inhoudt.
Een voorbeeld. Een gemeente met 80.000 inwoners besteedde dagbesteding voor ouderen aan. Contractwaarde over vier jaar: ruim 900.000 euro. Ze kozen voor het SAS-regime, publiceerden een aankondiging in TED en stelden een eigen procedure in met drie beoordelingscriteria. Inschrijvers kregen geen aanbestedingsleidraad maar een programma van eisen en een intakeformulier. De procedure week fundamenteel af van een reguliere Europese aanbesteding, maar was juridisch volledig in orde.
Kom je een SAS-dienst of opdracht tegen die wordt aangeduid als "2B" of "licht regime"? Dan zijn er drie dingen om op te letten.
Eerste: lees de procedure goed. Er is geen standaardformat. Elke aanbestedende dienst maakt eigen keuzes. Wat bij de ene gemeente een selectieprocedure was, is bij de andere een open house. Veronderstel niets.
Tweede: de beginselen gelden altijd. Zelfs in het lichte regime geldt transparantie. Een opdrachtgever die halverwege de procedure de regels verandert, handelt in strijd met de aanbestedingsbeginselen. Dat geeft grond voor een klacht.
Derde: open house is geen vrijbrief. Bij een open house procedure is er geen concurrentie op prijs of kwaliteit. Maar de tarieven worden wel door de gemeente vastgesteld. Wie de tarieven niet rendabel vindt, kan niet onderhandelen. De keuze is meedoen of niet.
Het onderscheid 2A/2B bestaat formeel niet meer, maar de onderliggende logica, zorg, welzijn en maatschappelijke dienstverlening verdienen een eigen aanpak, is springlevend in de aanbestedingspraktijk.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012