Het non-discriminatiebeginsel verbiedt aanbestedende diensten om inschrijvers te bevoordelen of benadelen op basis van nationaliteit, vestigingsplaats of andere subjectieve gronden. Elke potentiële inschrijver moet gelijke kansen krijgen om deel te nemen aan de aanbesteding, ongeacht waar hij gevestigd is.
Het beginsel vloeit voort uit het Europese Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en is verder uitgewerkt in de Aanbestedingsrichtlijnen en de Aanbestedingswet 2012.
Non-discriminatie raakt aan meerdere aspecten van een aanbesteding:
Non-discriminatie en gelijkheid overlappen sterk, maar zijn niet identiek. Non-discriminatie richt zich specifiek op het vermijden van ongerechtvaardigd onderscheid. Het gelijkheidsbeginsel gaat breder en vereist actieve gelijke behandeling van alle inschrijvers.
Als inschrijver kun je een beroep doen op het non-discriminatiebeginsel als een eis of criterium in een aanbesteding jou benadeelt op een niet-objectieve grond. Dit kan via de Nota van Inlichtingen of, als dat niet helpt, via een kort geding.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012