Wederzijdse erkenning is het Europese rechtsbeginsel dat inhoudt dat certificaten, diploma's, kwalificaties en bewijsstukken die zijn afgegeven in de ene EU-lidstaat, worden geaccepteerd door de andere lidstaten als gelijkwaardig aan hun eigen documenten.
In de aanbestedingspraktijk betekent dit dat een Belgisch of Duits bedrijf dat inschrijft op een Nederlandse aanbesteding zijn thuiscertificaten mag aanbieden. De Nederlandse aanbestedende dienst mag die niet weigeren louter omdat ze niet van een Nederlandse instantie afkomstig zijn.
Het beginsel is van toepassing op vrijwel alle kwalificatievereisten in Europese aanbestedingen: beroepskwalificaties, conformiteitscertificaten, technische normen en milieubewijzen. Concrete voorbeelden zijn ISO-certificaten, beroepsdiploma's van architecten of ingenieurs, en keuringen door nationale autoriteiten.
Voor Nederlandse inschrijvers die in het buitenland willen inschrijven biedt dit beginsel bescherming. Je hoeft je Nederlandse ISO 9001-certificaat niet te laten ombouwen naar een lokaal equivalent. Andersom geldt hetzelfde voor buitenlandse partijen die in Nederland inschrijven.
Wederzijdse erkenning is geen absolute regel. Lidstaten mogen aanvullende eisen stellen als er objectieve redenen zijn, zoals publieke veiligheid of beroepsspecifieke regelgeving. In dat geval moet de afwijking proportioneel zijn en niet discriminerend werken.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012