Beroep op derden is de mogelijkheid die inschrijvers hebben om de capaciteiten van een andere organisatie — een derde partij — in te zetten om te voldoen aan de geschiktheidseisen van een aanbesteding. Die derde partij kan een onderaannemer, moedermaatschappij, zustermaatschappij of een andere gelieerde of niet-gelieerde entiteit zijn.
Het recht op beroep op derden is verankerd in de Aanbestedingswet 2012 (artikel 2.94 en verder) en in de Europese Aanbestedingsrichtlijn 2014/24/EU (artikel 63). Het is een uitwerking van het vrij verkeer van diensten: inschrijvers mogen zichzelf versterken met externe capaciteit om kansen te krijgen die ze anders niet hadden.
Beroep op derden is mogelijk voor:
Let op: voor beroepskwalificaties geldt een strengere regel. Als de opdracht een specifieke vakbekwaamheid vereist (bijv. een geregistreerd architect of gerechtsdeurwaarder), moet de derde partij die kwalificatie ook daadwerkelijk inzetten bij de uitvoering.
Als je een beroep doet op derden, moet je aantonen dat je daadwerkelijk beschikt over de capaciteiten van die derde. Dit doe je via:
De opdrachtgever mag ook aanvullende bewijsstukken vragen, zoals een concept-onderaannemingsovereenkomst.
De opdrachtgever mag het beroep op derden weigeren als:
Beroep op derden en onderaanneming zijn niet hetzelfde. Onderaanneming gaat over wie de werkzaamheden uitvoert. Beroep op derden gaat over wie de geschiktheid levert. Het is mogelijk om een beroep te doen op de capaciteiten van een derde zonder dat die derde daadwerkelijk werkzaamheden uitvoert — maar de opdrachtgever mag verlangen dat dit wel het geval is bij kritieke onderdelen.
Regelt een inschrijver beroep op derden? Zorg dan dat de verbintenisverklaring specifiek is: benoem welke capaciteiten beschikbaar worden gesteld, voor welke periode en op welke manier. Een vage verklaring biedt minder zekerheid en kan leiden tot uitsluiting als de opdrachtgever om nadere bewijsstukken vraagt.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012