Fictieve meerwaarde is een techniek die aanbestedende diensten gebruiken om kwaliteits- of duurzaamheidskenmerken om te zetten in een fictieve prijskorting. Een inschrijver die voldoet aan een bepaald kenmerk — zoals een certificaat, een lager CO2-profiel of sociaal ondernemen — krijgt een bedrag van zijn inschrijvingsprijs afgetrokken voor de scoringsberekening. Zijn werkelijke prijs verandert niet; alleen de berekende prijs waarmee hij in de rangschikking wordt opgenomen, is lager.
De techniek maakt het mogelijk om kwaliteitseigenschappen te wegen zonder aparte puntenstelsels. De opdrachtgever bepaalt zelf hoeveel fictieve korting aan een kenmerk wordt toegekend.
Stel: de aanbesteding hanteert een fictieve meerwaarde van €10.000 voor een PSO-certificaat trede 3. Inschrijver A biedt €120.000 zonder PSO. Inschrijver B biedt €122.000 met PSO trede 3. In de rangschikking wordt B berekend op €112.000 (€122.000 min €10.000 fictieve korting). B wint, ook al is zijn werkelijke prijs hoger.
Fictieve meerwaarden worden ook ingezet voor:
Fictieve meerwaarde is aantrekkelijk voor opdrachtgevers omdat het simpel en transparant is. Er is geen scoringsmatrix nodig: een certificaat heb je wel of niet. De hoogte van de fictieve korting vertaalt een beleidsprioriteit direct naar een gunningsvoordeel.
Het systeem stimuleert inschrijvers om te investeren in certificering of duurzame maatregelen — niet omdat het verplicht is, maar omdat het een reëel concurrentievoordeel oplevert.
Bij gewogen criteria (bijv. 60% kwaliteit, 40% prijs) scoort een inschrijver punten op kwalitatieve onderdelen. Bij fictieve meerwaarde is er geen puntenstelsel: het gaat om een harde korting op de prijs voor het bezit van een kenmerk. Beide methodes kunnen voorkomen in dezelfde aanbesteding.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012