De prijskwaliteitverhouding, officieel Beste Prijs-Kwaliteitverhouding of BPKV, is het gunningscriterium waarbij zowel prijs als kwaliteit meetellen bij de beoordeling van een inschrijving. Niet de goedkoopste wint. De beste verhouding tussen wat je betaalt en wat je krijgt wint.
Sinds de wetswijziging van 2016 valt BPKV onder de paraplu van EMVI (Economisch Meest Voordelige Inschrijving). EMVI is het overkoepelende begrip met drie varianten:
De wettelijke basis staat in artikel 2.114 en 2.115 van de Aanbestedingswet 2012.
BPKV is de standaard. Punt. Artikel 2.114 lid 1 schrijft voor dat aanbestedende diensten gunnen op basis van BPKV, tenzij ze gemotiveerd afwijken. Willen ze op laagste prijs gunnen? Dan moeten ze uitleggen waarom. Niet andersom.
In de praktijk wordt bij ruim 94 procent van alle dienstenopdrachten gegund op BPKV. Bij leveringen ligt dat rond de 93 procent, bij werken op 81 procent. Alleen bij relatief eenvoudige, gestandaardiseerde opdrachten zie je laagste prijs.
Dat is goed nieuws als je een kleiner bedrijf bent. Je hoeft niet de goedkoopste te zijn. Je moet de slimste zijn. Een sterk inhoudelijk verhaal kan een prijsverschil van tienduizenden euro's compenseren. Daar zit je kans.
Er zijn drie gangbare scoringsmethoden. Welke wordt gebruikt, staat in het beoordelingsmodel van de aanbesteding. Lees dat model als eerste. Altijd.
De meest voorkomende methode. Prijs en kwaliteit krijgen elk een gewogen score. Bijvoorbeeld: kwaliteit 70%, prijs 30%. De inschrijver met de hoogste totaalscore wint.
Stel: jouw kwaliteitsscore is 85 van de 100 en je prijs is 200.000 euro. Je concurrent scoort 70 op kwaliteit voor 180.000 euro. Als kwaliteit 70% weegt, win jij ondanks de hogere prijs.
De aanbestedende dienst kent een fictieve waarde toe aan kwaliteitsonderdelen. Die waarde wordt van de prijs afgetrokken. De laagste 'gewogen prijs' wint.
Elke kwaliteitspunt levert een fictieve korting op je prijs op. Een voorbeeld maakt het concreet:
Inschrijver A biedt 1.000.000 euro en scoort 9 van de 10 op kwaliteit. Met een fictieve korting van 10.000 euro per punt wordt de gewogen prijs: 1.000.000 minus (9 keer 10.000) = 910.000 euro.
Inschrijver B biedt 950.000 euro en scoort 6 van de 10. Gewogen prijs: 950.000 minus (6 keer 10.000) = 890.000 euro. Inschrijver B wint op papier, ondanks de lagere kwaliteit. Of dat de bedoeling was van de opdrachtgever? Dat hangt af van hoe zwaar ze de fictieve korting instellen.
Niet meer. Sinds 2016 is EMVI het overkoepelende begrip. BPKV is een van de drie gunningscriteria onder EMVI. In de praktijk gebruiken veel mensen 'EMVI' nog als synoniem voor BPKV. Dat is technisch niet meer correct, maar iedereen begrijpt wat je bedoelt.
Alleen als ze dat motiveren in de aanbestedingsstukken. De Gids Proportionaliteit maakt BPKV het vertrekpunt. Afwijken kan, maar niet zomaar. In de praktijk zie je laagste prijs vooral bij gestandaardiseerde leveringen en eenvoudige werken.
Dat verschilt per aanbesteding. Gangbare verhoudingen zijn 70/30 of 60/40 (kwaliteit/prijs). Bij complexe dienstverlening kan kwaliteit zelfs 80% wegen. Check altijd het beoordelingsmodel. Daar staat de exacte verdeling.
Lees ook onze uitleg over EMVI, gunningscriteria en BPKV. De prijskwaliteitverhouding is het hart van elke aanbesteding op kwaliteit. Hoe beter je het begrijpt, hoe scherper je inschrijft.
Bron: Aanbestedingswet 2012
Bron: Aanbestedingswet 2012