Disproportionele eisen bij aanbestedingen: herken ze, bevraag ze, vermijd ze

Disproportionele eisen bij aanbestedingen herkennen? Leer welke eisen te ver gaan, hoe je ze bevraagt en wanneer je beter niet inschrijft.

·
·
7 min
Abstracte risograph-collage met een weegschaal die onevenredig belast wordt, symbolisch voor disproportionele aanbestedingseisen

Disproportionele eisen bij aanbestedingen: herken ze, bevraag ze, vermijd ze

Begin 2026 legde de rechter twee grote IT-aanbestedingen van de Rijksoverheid stil. Totale waarde: 3,3 miljard euro. De reden: het sublicentiemodel verplichtte resellers om financieel aansprakelijk te worden voor datalekken in Microsoft-producten. Producten waar die resellers geen enkele technische controle over hebben. Dat is geen risicoverdeling. Dat is risico-overdracht naar de verkeerde partij.

Voor MKB-bedrijven die regelmatig inschrijven op overheidsopdrachten is dit een herkenbaar probleem. Je leest een aanbestedingsdocument, stuit op een eis die nergens op slaat, en vraagt je af: mag dit eigenlijk? Het korte antwoord: nee, vaak niet. Maar je moet het wel zelf signaleren.

Wat maakt een eis disproportioneel?

Een eis is disproportioneel wanneer die niet in verhouding staat tot de omvang, aard of complexiteit van de opdracht. Klinkt abstract. Is het niet.

Denk aan een omzeteis van vijf miljoen euro voor een opdracht van tweehonderdduizend euro per jaar. Of een referentie-eis waarbij je drie vergelijkbare projecten moet aantonen, elk minimaal twee keer zo groot als de huidige opdracht. Of een aansprakelijkheidsclausule die jou verantwoordelijk maakt voor schade die buiten jouw invloedssfeer valt. Precies zoals bij die Rijksoverheid-casus.

De Gids Proportionaliteit geeft concrete handvatten. Voor geschiktheidseisen schrijft de Gids voor dat omzeteisen maximaal driemaal de jaarlijkse opdrachtwaarde mogen bedragen. Referenties moeten qua omvang en complexiteit vergelijkbaar zijn met de opdracht, niet groter. En ervaringseisen mogen niet onnodig beperkt worden tot een specifieke sector als de gevraagde competenties breder toepasbaar zijn.

Het proportionaliteitsbeginsel is geen vrijblijvend advies. Het is een wettelijk verankerd beginsel in de Aanbestedingswet 2012. Aanbestedende diensten moeten zich eraan houden. Doen ze dat niet, dan kun je dat aanvechten.

De vijf meest voorkomende disproportionele eisen

Na honderden aanbestedingen zien we steeds dezelfde patronen terugkomen. Dit zijn de vijf disproportionele eisen aanbesteding die MKB-bedrijven het vaakst raken.

1. Buitensporige omzeteisen. Een jaaromzet van twee miljoen vragen voor een opdracht van honderdduizend euro. De Gids Proportionaliteit is hier helder: maximaal drie keer de opdrachtwaarde. Toch zien we regelmatig factor tien of meer.

2. Onrealistische referentie-eisen. Drie referenties die elk groter moeten zijn dan de opdracht zelf, afgerond in de laatste drie jaar, bij een publieke opdrachtgever, in dezelfde sector. Zo eng dat misschien twee bedrijven in heel Nederland voldoen. Dat is geen selectie. Dat is uitsluiting.

3. Onbeperkte aansprakelijkheid. Contractvoorwaarden die alle aansprakelijkheid bij de opdrachtnemer leggen, inclusief gevolgschade, zonder plafond. Bij IT-aanbestedingen komt dit structureel voor. De Rijksoverheid-casus is het zichtbare topje.

4. Onredelijke bankgaranties. Een bankgarantie van 20% van de totale contractwaarde over vijf jaar, op te stellen voor gunning. Voor een MKB-bedrijf kan dat betekenen dat je tienduizenden euro's moet vastzetten zonder enige zekerheid dat je de opdracht krijgt.

5. Buitenproportionele certificeringseisen. ISO 27001, ISO 9001, ISO 14001, CO2-prestatieladder trede 5, Social Return-certificering, allemaal voor een opdracht van 80.000 euro. Elke certificering kost tijd en geld. Gestapeld vormen ze een muur die alleen grote bedrijven over kunnen.

Waarom aanbestedende diensten dit toch doen

Niet uit kwade opzet. Meestal.

Inkopers werken met sjablonen uit eerdere aanbestedingen. Die worden klakkeloos gekopieerd, ook als de nieuwe opdracht een heel andere schaal of complexiteit heeft. Een sjabloon voor een miljoenenopdracht wordt ingezet voor een opdracht van tweehonderdduizend euro. Niemand past de eisen aan.

Angst speelt ook mee. Inkopers willen risico's afdekken. Het makkelijkste is om alles bij de leverancier neer te leggen. Als het misgaat, hebben zij hun rug gedekt. Dat die risicoaversie leidt tot minder concurrentie en hogere prijzen, komt in het inkoopproces zelden ter sprake.

En eerlijk gezegd: er is te weinig tegendruk. Veel MKB-inschrijvers herkennen disproportionele eisen aanbesteding situaties niet als zodanig, of durven er niets van te zeggen. Ze passen zich aan, of haken stilletjes af. Dat is precies het probleem. Zonder vragen blijven de eisen staan.

Er is ook een subtielere variant. Soms zijn individuele eisen op zich verdedigbaar, maar wordt het geheel disproportioneel door de stapeling. Een omzeteis van factor 3 is prima. ISO 9001 is redelijk. Een bankgarantie van 5% is acceptabel. Maar als je alles bij elkaar optelt en daar nog twee referenties, een SROI-verplichting en een uitgebreide implementatieplanning bovenop gooit, sluit je feitelijk 80% van de markt uit. De Gids Proportionaliteit waarschuwt hier expliciet voor: toets het totaalpakket, niet alleen de losse onderdelen.

Hoe je disproportionele eisen bevraagt

De Nota van Inlichtingen is je belangrijkste instrument. Gebruik het. Elke aanbesteding heeft een vragenronde, vaak twee. Dat is het moment om onevenredige eisen aan de kaak te stellen.

Drie principes voor effectieve vragen:

Wees specifiek. Niet: "Wij vinden de omzeteis te hoog." Wel: "De gevraagde jaaromzet van EUR 3.000.000 bedraagt factor 15 ten opzichte van de geraamde opdrachtwaarde. De Gids Proportionaliteit (voorschrift 3.5C) schrijft een maximum van factor 3 voor. Kunt u toelichten waarom u hiervan afwijkt, en bent u bereid deze eis te verlagen naar EUR 600.000?"

Verwijs naar de Gids. De Gids Proportionaliteit is niet vrijblijvend. Aanbestedende diensten moeten afwijkingen motiveren ("comply or explain"). Door expliciet naar voorschriften te verwijzen, dwing je een inhoudelijk antwoord af in plaats van een dooddoener.

Stel voor, klaag niet. Bied een alternatief. In plaats van alleen te zeggen dat een eis te streng is, stel je een proportioneel alternatief voor. Dat maakt het voor de inkoper makkelijker om bij te sturen. En het laat zien dat je constructief meedenkt, niet alleen maar zeurt.

Voorbeeld van een effectieve vraag: "In de leidraad (paragraaf 4.2) wordt een ervaringseis gesteld van minimaal drie referentieopdrachten met een opdrachtwaarde van EUR 500.000 of meer. De onderhavige opdracht heeft een geraamde waarde van EUR 200.000 per jaar. Conform voorschrift 3.5G van de Gids Proportionaliteit dienen referentie-eisen in verhouding te staan tot de omvang van de opdracht. Bent u bereid de minimale referentiewaarde te verlagen naar EUR 150.000, zodat ook gekwalificeerde MKB-partijen kunnen inschrijven?"

Dit soort vragen werkt omdat ze drie dingen combineren: een feitelijke constatering, een verwijzing naar het juridische kader en een concreet voorstel. De inkoper kan niet om het antwoord heen zonder kleur te bekennen.

Werkt het niet via de Nota van Inlichtingen? Dan kun je overwegen om een klacht in te dienen bij de Commissie van Aanbestedingsexperts. Die toetst of de aanbestedende dienst zich aan de regels houdt. Het is een laagdrempelig instrument. Geen rechtszaak, wel een onafhankelijk oordeel dat gewicht heeft. In de praktijk zien we dat aanbestedende diensten hun eisen regelmatig bijstellen na een advies van de Commissie. Soms al voordat het advies formeel is uitgebracht, omdat het indienen van de klacht op zichzelf al druk zet.

Wanneer je beter niet inschrijft

Niet elke disproportionele eis is het waard om te bevechten. Soms is afhaken de verstandigste keuze.

Drie signalen dat je beter kunt doorlopen:

De aanbestedende dienst weigert structureel bij te sturen. Als je in de Nota van Inlichtingen concrete, onderbouwde vragen stelt en het antwoord telkens is "De eis blijft gehandhaafd" zonder motivatie, dan weet je genoeg. Dit wordt geen eerlijk speelveld.

De risicoverdeling maakt winstgevendheid onmogelijk. Onbeperkte aansprakelijkheid, geen indexering, geen mogelijkheid tot contractaanpassing. Je kunt misschien inschrijven en misschien zelfs winnen. Maar als het contract je bedrijf in gevaar kan brengen bij tegenvallers, is winnen erger dan verliezen.

De eisen zijn zo specifiek dat er een voorkeursleverancier lijkt te zijn. Referentie-eisen die precies passen bij een incumbent, technische specificaties die slechts een merk benoemen, evaluatiecriteria die alleen relevant zijn voor wie al levert. Dan vecht je tegen een geladen speelveld. Dat wil je niet.

Afzien van inschrijving voelt als verlies. Maar je capaciteit is beperkt. Elke dag die je besteedt aan een kansloos traject, gaat ten koste van een aanbesteding waar je wel een eerlijke kans hebt. Selectief inschrijven is geen zwakte. Het is strategie.

Documenteer wel altijd waarom je afhaakt. Stuur desgewenst een korte mail naar de aanbestedende dienst waarin je aangeeft dat je niet inschrijft vanwege disproportionele eisen, en benoem welke. Dat kost vijf minuten en het draagt bij aan het bredere signaal dat inkopers nodig hebben om hun eisen aan te passen. Als tien partijen stilletjes afhaken, verandert er niets. Als vijf van hen expliciet aangeven waarom, begint het te bewegen.

Wat je nu kunt doen

Bouw een eenvoudige toets in je bid/no-bid proces. Drie vragen die je bij elke aanbesteding langsloopt voordat je begint met schrijven:

Staan de disproportionele eisen in verhouding tot de opdrachtomvang? Check omzeteisen (max factor 3), referentie-eisen (vergelijkbaar, niet groter) en aansprakelijkheid (begrensd, verzekerd).

Zijn de risico's beheersbaar? Kun je de gevraagde bankgarantie opbrengen zonder je liquiditeit in gevaar te brengen? Is de aansprakelijkheid verzekerbaar? Kun je de gevraagde boeteclausules absorberen als het misgaat?

Is er ruimte voor dialoog? Heeft de aanbestedende dienst in eerdere aanbestedingen laten zien dat ze openstaan voor aanpassing? Of is het een organisatie die principieel niet beweegt?

Drie keer nee? Loop door.

Die Rijksoverheid-zaak laat zien dat zelfs de grootste aanbestedingen onderuit gaan op proportionaliteit. Dat is goed nieuws voor MKB-bedrijven. Het bewijst dat de regels er zijn en dat ze werken. Maar alleen als iemand ze inroept. Wacht niet tot een ander dat doet. Stel de vraag. Verwijs naar de Gids. En als het antwoord niet deugt, hak de knoop door en ga verder met de volgende kans.

Hulp nodig bij het beoordelen van aanbestedingseisen?

TenderGrowth helpt MKB-bedrijven om onevenredige eisen te herkennen en bespreekbaar te maken. Zodat je alleen inschrijft op tenders die eerlijk zijn.

Plan een gesprek
Abstracte risograph-collage met een weegschaal die onevenredig belast wordt, symbolisch voor disproportionele aanbestedingseisen

Plan een gesprek met ons team

Wij helpen mkb-bedrijven bij het winnen van aanbestedingen. Strategisch, resultaatgericht en met een duidelijke aanpak.